Eleonore Jeane Eveline
6 februari 1914 - 17 maart
1999
Jaren
was zij ziek. Ze mankeerde steeds meer. Enige jaren geleden verergerde
de situatie. Haar botontkalking verhevigde. Zij ging daardoor krimpen,
zodat haar buik naar voren uitstulpte. Ze werd er niet mooier op. Dit alles
ging gepaard met erge pijnen.
Haar
borstkanker waarvoor zij 20 jaar eerder geopereerd was en waarvan zij genezen
was verklaard zaaide plotseling uit. Op een gegeven moment zat het overal.
Nog veel meer pijnen waren het gevolg.
Ze
leed ook aan bloedarmoede. (inwendige bloedingen??) Ze lag regelmatig
bewusteloos op de grond, en brak nog meer botten. Hoe vaak heeft Frank,
mijn broer, haar niet op straat moeten helpen als zij daar weer lag. Alweer
naar het ziekenhuis.
Het
grote huis aan de Nemelaar werd echt te groot. Ze moest eigenlijk naar
een bejaardentehuis, maar dat wilde ze niet.
Het
werd een aangepaste woning aan de Medanstraat. Het had een tuin. Dat was
haar grote hobby. Het was een kleiner huis, had een traplift, steunen aan
de muur, en je kon onder de douche zitten. Meer aanpassingen waren er niet.
Zij
was ook nog erg hardhorend. Een normaal gesprek per telefoon was erg, erg
moeilijk.
We
hielden de situatie wel in de gaten. Dagelijks gingen mijn broer of ik
op bezoek. Vooral Frank, wat heeft hij veel gedaan. Daar ben ik hem nog
steeds dankbaar voor.
Buiten
de bezoekjes ook telefonische controle. Dan nam ze weer eens niet op. Wij
weer er naar toe (soms heel laat nog).
Ook
de Medanstraat was niet langer verantwoord. Ze moest ergens naar toe waar
ze meer hulp had. Het werd de Roos, een complex met huizen die je zelf
huurde van een woningbouwvereniging, maar waar ook verpleegkundige- en
huishoudelijke hulp bij hoorde. Ook kon je de maaltijden in het restaurant
gebruiken.
Het
was een mooi flatje en nog spiksplinternieuw ook, maar de hulp was veel
te weinig, en kon ook niet opgevoerd worden. Er was op de een of andere
manier iets fout gegaan in de procedure. Ze had naar een heel ander soort
instelling gemoeten.
Eerlijk
gezegd moest ze eigenlijk naar een verpleeghuis, maar daar gruwde ze van.
Een
jaar ging voorbij. Het werd 6 februari, haar verjaardag. Wij drieen Alike
en ik, en Frank kwamen natuurlijk op bezoek, met een chipolatataart.
Ze
voelde zich niet goed. Ze zag er ook echt ellendig uit. Dit was haar laatste
verjaardag.
De
volgende 6 weken ging het hollend achteruit. Ze kon niets meer. Moest met
alles geholpen worden. Verpleegkundige hulp kregen we niet. Ze kon soms
gedouched worden, haar pillendoos werd bijgevuld en soms kwamen ze kijken,
maar dat was echt alles. Frank en ik hebben haar dag en nacht verpleegd.
We logeerden daar om de beurt en sliepen op een stretcher in de huiskamer.
Van slapen kwam niet veel, en als je dan ook nog je werk hebt gaat dit
niet lang goed.
We
hebben aan de bel getrokken bij het indicatiebureau en om hulp geroepen.
Het duurde toen nog enige dagen voordat er wat gebeurde. Gelukkig bleven
we aandringen op visite van iemand om de situatie zelf te bekijken. Nou
toen die mevrouw kwam schrok ze natuurlijk. Ze hadden gedacht dat de Roos
een ander soort instelling was.
Mijn
moeder kreeg haar indicatie. Ze mocht naar een verpleeghuis, maar daar
was nog niet zo maar plaats.
Ze
ging per ambulance naar het ziekenhuis, maar niet nadat het indicatiebureau
de garantie had afgegeven dat ze nummer één op de wachtlijst
voor een verpleeghuis stond.
Enige
dagen later zat of eigenlijk lag ze in een verpleeghuis. Ze kreeg nu ook
morfine. Dan begrijp je wel hoe laat het is.
De
Janskliniek werd gerenoveerd, en ze zaten tijdelijk in barakken op het
evenemententerrein. Och, het kon slechter, en binnenin was het buiten verwachting
wel redelijk.
Niet
de verzorging zelf. In verpleeghuizen kampen ze met een chronisch personeelstekort.
We zagen iedere keer weer andere mensen. Zo kun je geen band krijgen. Tijdelijk
personeel, deeltijdarbeid, ziektes enz. enz.
Op
een gegeven dag was er slechts één verpleegster die er helemaal
alleen voor stond. Dat heb ik geweten ook. Ik zocht mijn moeder, maar kon
haar nergens vinden.
Na
een tijdje zoeken vond ik haar, op het toilet, liggend op de grond, in
haar bloed, rollator daar, bril hier, afgebroken tand weer ergens anders
op de grond. Lip gescheurd. Botten gebroken? Nee, dat laatste gelukkig
niet.
Omdat
ze al anderhalf uur op het toilet om hulp belde en riep en er maar niemand
kwam probeerde ze zelf op te staan met alle gevolgen van dien………..
In een gesprek met haar arts van het verpleeghuis heb ik gevraagd of de morfine kon worden gestopt en of ze niet een andere pijnstiller kon krijgen. Van morfine ging zij hallucineren. Zij dacht dat ze zou worden vermoord, en ze dacht dat ook haar twee zoons dat werden. Hevige angsten heeft zij gehad. Het was onze moeder niet meer. Ze hebben haar van haar identiteit beroofd. Vandaar mijn verzoek. Dan maar pijn. Wie ben ik dat ik daarover mag beslissen? Ik heb het toch gedaan.
Na
een paar dagen was zij weer onze moeder. Lichamelijk ging het natuurlijk
niet beter, alleen maar slechter. Ze at bijna niet meer en braakte bloed.
Om
een uur of tien ’s avonds gingen we naar huis. Frank werd later thuis nog
gebeld of hij wou komen. Mijn moeder was angstig. Hij is toen bij haar
gebleven tot zij weer sliep.
Om
1 uur ’s nachts is zij in haar slaap (zij was rustig) overleden.
Eindelijk
heeft zij geen pijn meer.